Gratis verzending vanaf €29,-
Levering binnen 48 uur
Veilig online betalen met iDeal

Nieuws

INFORMATIE

Voortplanting en voedingsbehoefte merrie

Vanaf ongeveer een jaar zijn paarden geslachtsrijp. Vanaf die leeftijd kunnen hengstveulens hun moeder en andere vrouwelijke kuddegenoten dekken en is het dus belangrijk dat vanaf deze leeftijd de merries en hengsten van elkaar worden gescheiden.

Voor de ontwikkeling van de merrie is het niet aan te raden om haar voor haar derde jaar te laten dekken. Dit kan namelijk de groei en ontwikkeling van het lichaam belemmeren. De vruchtbare periode is voor merries als ze hengstig zijn, en dan met name de laatste twee dagen van de hengstigheid. Tussen februari en augustus zijn merries meestal iedere drie tot vier weken hengstig.

De beste tijd voor een dekking is van april tot juli, omdat de veulens dan in de lente worden geboren. Dit is een gunstige periode voor pasgeboren veulens omdat ze dan meestal meteen naar buiten kunnen.

Natuurlijke dekking
De meeste kleinschalige dierhouders kiezen vaak voor een dekking via de natuurlijke wijze, waarbij dus een hengst bij de merrie wordt gelaten. Bij een natuurlijke dekking door de hengst zal de geur van een dekrijpe merrie de hengst stimuleren. De hengst snuffelt aan de merrie, krult zijn lip en bijt in haar hals. Als de merrie dekrijp is gaat ze voor hem staan, waarna de hengst haar bespringt. Het sperma blijft nog ongeveer twee dagen vruchtbaar in de merrie.

In de natuur dekt de hengst de merries uit zijn kudde meerdere keren tijdens haar vruchtbare periode. De kans op bevruchting is dan veel groter dan bij een enkele dekking. Voor kleinschalige paardenhouders die hun paarden in kuddeverband houden (inclusief hengst) geldt hetzelfde. Vrijwel alle merries die bij een hengst in de wei lopen worden gedekt, al zijn er soms merries die worden buitengesloten door de hengst.

Kunstmatige inseminatie
Het dekken via kunstmatige inseminatie komt steeds vaker voor. Bij kunstmatige inseminatie wordt een merrie bevrucht door het zaad van een hengst kunstmatig bij de merrie in te brengen. Het zaad wordt gewonnen door een dekhengst op een fantoommerrie te laten springen, wat veel insemineerpipetjes oplevert. Kunstmatige inseminatie is veiliger voor de hengst, want merries kunnen enorm uitslaan naar de hengst en er is een kleinere kans op geslachtsziektes, zowel bij de merrie als bij de hengst. Financiële voordelen zijn dat kunstmatige inseminatie een dekking minder kostbaar maakt en dat goede dekhengsten dankzij de zaadpipetjes veel meer merries kunnen dekken.

Ondanks de vele voordelen zijn er ook nadelen: bij kunstmatige inseminatie leeft het sperma minder lang en is het minder vruchtbaar dan bij een natuurlijke dekking, ondanks alle goede behandelingen van het zaad. Daarnaast wordt kunstmatige inseminatie soms gezien als een té kunstmatige ingreep, met name door paardenhouders die een zo natuurlijk mogelijke leefwijze voor hun dieren nastreven.

Draagtijd
De draagtijd van een merrie is ongeveer 11 maanden, wat betekent dat de merrie het grootste deel van het jaar drachtig is. Tijdens de dracht draagt de merrie één veulen. Tweelingdrachten zijn zeldzaam en verlopen bijna altijd problematisch.

Om te bepalen of de dekking of inseminatie is gelukt en de merrie drachtig is, is het meestal voldoende om op te letten of de merrie opnieuw hengstig wordt. Is een merrie opnieuw hengstig dan was de dekking niet succesvol. Blijft de hengstigheid uit, dan is de kans groot dat de merrie drachtig is. Een echo of scan geeft echter zekerheid en is mogelijk vanaf 18 dagen na de dekking of inseminatie. Hierop kunnen afwijkingen worden vastgesteld, zoals baarmoederproblemen of tweelingdrachten, waarbij de dierenarts op dat moment vaak nog goed kan ingrijpen.

Grofweg wordt 1 op de 7 drachten voortijdig afgebroken. Het is daarom zinvol om in de loop van de dracht een gynaecologisch onderzoek te herhalen.

EquiAdd Ferti
Heb jij ondanks vele pogingen moeite met het drachtig krijgen van je merrie? Probeer dan eens EquiAdd Ferti. Het EquiAdd Ferti supplement is een compleet supplement ter bevordering van de algehele vruchtbaarheid. Het is inzetbaar bij ondersteuning van het snel drachtig worden of bij moeilijk dragend wordende merries. De verschillende ingrediënten dragen bij aan een betere hengstigheid, voorkomt vroege embryonale sterfte, ondersteunt de weerstand en zorgt voor een goede ontwikkeling van het embryo. Verder ondersteunt het de energiehuishouding van de merrie en geeft een betere doorbloeding van de baarmoederwand.


De supplement bestaat onder andere uit de volgende bestanddelen: Beta-caroteen, Selenium, Vitamine E, Foliumzuur, B-vitamine en lijnzaad.

Beta-caroteen wordt in het lichaam omgezet in vitamine A. Vitamine A is zeer belangrijk voor de vruchtbaarheid en immuniteit. Van selenium is wetenschappelijk aangetoond dat selenium verrijkt met gist het beste resultaat geeft bij de merries en het jonge veulen. Vitamine E is toegevoegd omdat een tekort aan vitamine E leidt tot onvruchtbaarheid. Bij drachtige merries leidt het tot een misvorming van het veulen of abortus. Het foliumzuur kan bijdragen aan het moeilijk dragend krijgen van de merrie.

Met dit supplement zijn reeds vele merries, waarvan gedacht werd dat ze niet drachtig konden worden, drachtig geworden.

Voedingsbehoefte merrie
De merrie heeft een draagtijd van 11 maanden. Het eerste half jaar groeit het veulen niet zo hard maar vanaf 7 à 8 maanden begint het veulen hard te groeien. Het rantsoen verschilt in dit eerste gedeelte ook niet veel van niet-drachtige merries. Pas in de laatste vier maanden verandert de behoefte aan voedingsstoffen en heeft de merrie een energierijker menu nodig. Hoe groter het veulen, hoe meer voedingsstoffen er nodig zijn. Natuurlijk verandert dan ook de buikomvang. Door de ruimte die het veulen in de buik inneemt vermindert de ruimte voor de darmen.

Tijdens de draagtijd heeft het rantsoen op een aantal moment aandacht nodig. Pas het rantsoen aan bij de 8 en 10 maanden dracht. Geef de merrie aan het einde van de dracht het ruwvoer dat ze ook na het veulenen krijgt. De lichamelijke conditie van de merrie is leidend in de voeraanpassingen die je doet, daarom is er geen standaard voeradvies voor drachtige merries. Als je weet welke behoefte de merrie heeft en wat de knelpunten zijn moet daarop worden geanticipeerd.

Door de groei van het veulen heeft de merrie meer energie en eiwit nodig. Alleen meer energie geven met dezelfde voersamenstelling leidt tot een tekort aan eiwit. De merrie heeft in de loop van de dracht en als het veulen is geboren een eiwitrijkere voeding nodig. Wanneer de merrie tijdens de dracht te weinig eiwitten krijgt, dan zal ze bepaalde eiwitten of aminozuren uit haar reserves opnemen om in de behoefte van het veulen te voorzien of het veulen zal minder hard groeien dan het zou moeten. Het is daarom aan te raden om een merriebrok te voeren zoals de Merrielacto van Van Benthem.

VB 101 Merrielacto
In de laatste drie tot vier maanden van de dracht adivseren wij om de VB Merrielacto te voeren. Deze merriebrok zorgt voor een goede melkproductie en een optimale en evenwichtige veulengroei, met behoud van de merrie zelf. Belangrijkste ingrediënten in de VB Merrielacto zijn calcium, fosfor, koper, zink, ijzer, selenium, vitamine A en E.

Voor een goede ontwikkeling van het veulen, maar vooral voor de opbouw van reserves voor het veulen in de eerste maanden van het leven is koper een belangrijke voedingsstof die duidelijk stijgt in de voerbehoefte van de merrie tijdens de dracht. Verder stijgt de behoefte aan ijzer en blijft die aan zink en selenium ongewijzigd (de basisbehoeftenorm voor de merrie is voldoende om het veulen hiervan te voorzien). Daarnaast heeft de merrie meer vitamine A en E nodig. Vitamine A is belangrijk voor de weerstand en een tekort aan vitamine E kan leiden tot spieraandoeningen bij het veulen.  


Natuurlijk heeft de merrie ook meer mineralen nodig tijdens de dracht en lactatie, voor de groei van het veulen en de melkproductie. Calcium en fosfor zijn de belangrijkste mineralen voor de botgroei. Met het geven van extra ruwvoer krijgt de merrie ook meer van deze mineralen binnen. Of dit voldoende is hangt af van de hoeveelheid calcium en fosfor in de overige voeding. De merrie kan het tekort ook opvangen door uit haar reserves (botten) calcium en fosfor vrij te maken om aan het veulen te geven, maar wanneer dit langere tijd zonder herstelmoment gebeurt, dan verzwakt de gezondheid van de merrie. Om dit te voorkomen is het voeren van de VB Merrielacto noodzakelijk.

Informatie gedeeltelijk ontleend aan www.levendehave.nl