Gratis verzending vanaf €29,-
Levering binnen 48 uur
Veilig online betalen met iDeal

Nieuws

INFORMATIE

Suiker in voorjaarsgras

Gras lijkt ideaal voer voor paarden: het smaakt lekker, voorziet in de natuurlijke behoefte om te grazen en het bevat vezels wat de darmflora ten goede komt. Maar in het voorjaar is het extra opletten, want voorjaarsgras bevat veel suikers en weinig vezels.

 

Voorjaarsgras
Voorjaarsgras kan wel twee keer zoveel suiker bevatten ten opzichte van gras gedurende de rest van het jaar. Gras bevat gemiddeld 10% suiker per kilogram droge stof, maar in het voorjaar kan dit wel oplopen tot 20%. Als je dit omrekent betekent dit dat je paard tijdens vier uur grazen dus zomaar 54 suikerklontjes extra binnenkrijgt, wat gelijk staat aan 270 gram suiker. Hoge suikergehaltes zijn vooral gevaarlijk voor paarden met spijsverteringsproblemen en paarden met insulineresistentie, EMS of PPID. Ook voor paarden die gevoelig zijn voor hoefbevangenheid of koliek vormt veel suiker een risico.
Over hoefbevangenheid en insulineresistentie lees je verderop in dit artikel meer.

 

De hoeveelheid suiker in gras is afhankelijk van een aantal factoren, zoals het soort gras, het groeistadium, de hoeveelheid licht en de temperatuur. Gras produceert suiker met behulp van fotosynthese, waarna dit wordt opgeslagen in het plantje en het wordt gebruikt voor de groei en overleving in extreme weersomstandigheden. Voor fotosynthese is licht nodig. Dit betekend dat de suikergehaltes het laagst zijn tijdens of vlak na de donkere periode. Het veiligste moment om een paard op de wei te zetten is dan ook vaak ´s nachts of vroeg in de ochtend tussen 5 en 10 uur. Het beweiden ´s nachts en ´s ochtends vroeg is zeker voor sobere paarden of paarden die gevoelig zijn voor suiker erg aan te raden.

 

Overgang van stal naar weide
Een paard dat de hele winter hooi gevoerd heeft gekregen is niet gewend aan grote hoeveelheden niet-structurele koolhydraten. In het voorjaar krijgt hij ineens de mogelijkheden om grote hoeveelheden heerlijk zoet en sappig gras te eten. Dit is slecht voor het spijsverteringsstelsel van het paard, omdat het zich ineens moet aanpassen aan een compleet nieuw, suikerrijk rantsoen met weinig vezels in vergelijking met de hoeveelheid vezels die het hooi bevat. De suikers uit het gras worden verteerd en zorgen voor een acute piek in de bloedsuikerspiegel. Deze veranderingen in de bloedsuikerspiegel kunnen bijdragen aan het ontwikkelen van een insulineresistentie, wat ook inhoudt dat de weefsels minder reageren op de insuline niveaus, wat resulteert in een ongecontroleerde bloedsuikerspiegel.

 

Het is dus heel belangrijk dat je paard een geleidelijke overgang krijgt van de stal naar de weide. Elke dag een beetje langer op de weide is ideaal om het spijsverteringsstelsel te laten wennen aan de verandering van rantsoen. Strookbegrazing is ook een goede optie: je geeft dan je paard dan elke dag een klein strookje extra gras.

Vitaminen en mineralen
Bepaalde vitaminen (zoals vitamine A en E) worden in de zomer voldoende aangevuld als je paard lang genoeg op voldoende gras staat, maar de Nederlandse bodem bevat over het algemeen te weinig mineralen. Een mineralentekort kan op langere termijn een grote invloed hebben op de gezondheid van je paard. Geef daarom in de zomermaanden de VB 2 VITAAL aan je paard! Met deze vitaminen- en mineralenbrok vul je de essentiële voedingsstoffen in het rantsoen aan op een natuurlijke en verantwoordelijk manier, zonder dat je paard hier dik van wordt.

 
Hoefbevangenheid
Bij hoefbevangenheid is er een ontstekingsproces gaande tussen de hoefwand en het hoefbeen, waardoor de verbinding verzwakt en het hoefbeen in de hoef kan zakken of gaan kantelen.


 

Bij acute hoefbevangenheid treden de verschijnselen plotseling en hevig op en is het heel duidelijk dat het paard heel erg kreupel is en veel pijn heeft. Het is van groot belang dat acute hoefbevangenheid onmiddellijk wordt behandeld door een dierenarts om te voorkomen dat het overgaat in chronische hoefbevangenheid. Na 1 tot 2 dagen treedt de chronische fase namelijk al in en wordt de kans op genezing klein tot onmogelijk.

 

Bij chronische hoefbevangenheid komt het hoefbeen al los van de hoefwand. Dit houdt in dat het hoefbeen niet meer recht in de hoefschoen zit.

Soms komt de acute en chronische hoefbevangenheid in combinatie voor, wat als pijnlijk gevolg kan hebben dat de punt van het hoefbeen steeds meer druk geeft op de zool. De zool zal hierdoor gekneusd raken en in het ergste geval kan het hoefbeen de zool doorboren. Een ander extreem gevolg kan zijn dat het hoefbeen compleet wordt afgescheurd van het hoornkapsel waardoor de hoefhoorn compleet wordt afgescheurd van het hoornkapsel, waardoor de hoefhoorn langs de kroonrand loslaat en het paard zijn ‘schoen’ verliest.

 

De eerste symptomen die kunnen duiden op hoefbevangenheid zijn:

 

-       Stijf en stram bewegen

-       Warme hoeven en soms een verdikte en pijnlijke kroonrand

-       Duidelijk voelbare hartslag: je voelt de bloedvaten in de ondervoet duidelijk kloppen

-       De punt van de straal in de hoef is gevoelig

 

Duidelijkere symptomen die kunnen duiden op hoefbevangenheid zijn:

 

-       Het paard zal zijn voeten om de beurt willen ontlasten en belast ze dus om en om

-       Het paard loopt kreupel, maar wil soms zelfs geen stap meer verzetten

-       Bij heftige pijn zal het paard beide benen zo neerzetten dat het minder belast wordt. Dit doen ze door de achterbenen ver onder het lichaam te plaatsen en de voorbenen meer naar voren. Deze houding is een typisch symptoom van hoefbevangenheid in een gevorderd stadium

-       Wenden gaat moeizaam

-       Koorts, zweten en een verhoogde hartslag wegens pijn

-       In ernstige gevallen ligt het paard veel en kan het soms niet meer staan

-       Het paard is rusteloos en voelt zich niet lekker

 

In de meeste gevallen van hoefbevangenheid gaat het om de voorste hoeven, maar het is zeker mogelijk dat alle vier de hoeven bevangen worden.

 

Hoefbevangenheid kan verschillende oorzaken hebben. EMS en PPID staan aan de basis van de problemen van hoefbevangenheid. Ook overgewicht en insulineresistentie kunnen oorzaken zijn van hoefbevangenheid.

 

Insulineresistentie
Insulineresistentie is een stofwisselingsstoornis. Het hormoon insuline, dat aangemaakt wordt door de alvleesklier, is heel belangrijk voor de suikerstofwisseling en zorgt normaal gesproken voor een bijna constant glucosegehalte in het bloed en een goede verdeling van voedingsstoffen in het lichaam. Als een gezond paard eet, worden de voedingsstoffen door de darmwand afgegeven aan de bloedbaan. De insulineconcentratie stijgt dan in het bloed. Insuline zorgt ervoor dat suiker uit het bloed wordt opgenomen door spier- en vetcellen. Daarnaast remt insuline de suikerproductie door de lever. Insuline zorgt door deze processen voor een verlaging van de bloedsuikerconcentratie na opname van voedsel.

Bij paarden met insulineresistentie reageren de vet- en spiercellen pas op insuline als de concentratie in het bloed onnatuurlijk hoog is. De insulinereceptoren van de cellen zijn minder gevoelig geworden waardoor veel glucose op een andere wijze verwerkt moet worden. De overmaat aan glucose in het bloed wordt door de lever omgezet in vetten die verdeeld worden over het vetweefsel in het lichaam. Hierdoor worden paarden die evenveel voer krijgen als andere paarden met ongeveer dezelfde energiebehoefte veel dikker.

 

De spiercellen van paarden met insulineresistentie nemen dus pas glucose op als de insulineconcentratie ongewoon hoog is. Het gevolg daarvan is dat ook het bloedglucose na een maaltijd lang te hoog blijft. De alvleesklier maakt langer en meer insuline aan om te proberen de overmaat aan glucose zo snel mogelijk op te nemen door de spieren.

 

Paarden met insulineresistentie worden gevoelig voor de zeer gevreesde hoefbevangenheid en kunnen EMS krijgen. In een vroeg stadium zijn paarden met insulineresistentie in staat om het glucosegehalte in het bloed steeds weer binnen de normaalwaarde te krijgen, maar zonder aanpassingen van rantsoen en arbeid zal op termijn het bloedsuikergehalte continu te hoog blijven.

 

Er is helaas nog geen medicijn die werkt tegen insulineresistentie. Naast een eventuele behandeling van hoefbevangenheid is het belangrijk om de voeding drastisch aan te passen, het paard zo veel mogelijk arbeid te laten verrichten en het dier op deze manier geleidelijk af te laten vallen. Omdat deze therapie echt een lange termijn planning is, paarden van eten houden en het moeilijk is om minder te voeren, is hiervoor een hele strenge discipline nodig van de verzorger. Zolang het paard (nog) niet hoefbevangen is, heb je de meeste kans van slagen, dus het is belangrijk om dit voor te zijn.